Cap de Formentor is de noordelijkste punt van Mallorca: een smal, ruig schiereiland met kliffen die honderden meters loodrecht in zee vallen, met aan het uiteinde een vuurtoren uit 1863. De weg erheen, aangelegd door ingenieur Antonio Parietti, geldt als een van de mooiste panoramaroutes van het Middellandse Zeegebied en is even beroemd als de kaap zelf.
Sinds enkele jaren geldt er in het zomerseizoen wel een toegangsregeling, omdat de smalle weg de drukte niet meer aankon. Wie dat weet en zijn bezoek slim plant, heeft aan Formentor nog altijd een van de indrukwekkendste dagen van zijn Mallorca-vakantie.
Wat is er te zien op Cap de Formentor?
Het schiereiland is zo'n dertien kilometer lang en zit vol stopmomenten:
- Mirador Es Colomer, het beroemde uitzichtpunt op de kliffen vlak na Port de Pollenca
- Playa de Formentor, een langgerekt strand met pijnbomen en kalm water
- Kleine baaien zoals Cala Figuera en Cala Murta
- De vuurtoren op het uiteinde, het hoogst gelegen licht van de Balearen, met weids uitzicht over zee
Op heldere dagen zie je vanaf de vuurtoren tot aan buureiland Menorca.
Hoe werkt de toegangsregeling in de zomer?
In het zomerseizoen is de weg naar de vuurtoren overdag afgesloten voor gewone personenauto's; in 2026 geldt de regeling van half mei tot half oktober, dagelijks van 10.00 tot 22.00 uur. Het deel tussen Port de Pollenca en het strand van Formentor blijft beperkt toegankelijk zolang er plek is op de parkeerterreinen, maar het stuk naar de vuurtoren is dan alleen voor de pendelbus, fietsers, wandelaars, taxi's en ontheffinghouders. De pendelbus van het openbaar vervoer rijdt in die periode vanaf Alcudia en Port de Pollenca tot aan de vuurtoren. Buiten de spertijden mag je wel zelf rijden.
Wanneer kun je Formentor het beste bezoeken?
Vroeg of laat, letterlijk. Rijd voor 10.00 uur het schiereiland op of ga tegen het einde van de dag, dan combineer je vrije doorgang met zacht licht en een zonsondergang die hier beroemd is. In het hoogseizoen is de pendelbus overdag de meest ontspannen keuze. Fietsers beklimmen de kaap het liefst in het voor- en najaar; in de zomer is de klim door hitte en verkeer zwaarder.



